Wetboek van Strafrecht Artikel 225 54 10

Laatst geupdate op 21-11-2021 16:50 in Wetboek van Strafrecht
Gepost DoorAdmin

Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik.

Indien een feit, omschreven in het eerste of tweede lid, wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.

Dit betekent: Dat ook de overheid, maar ook alle andere semioverheid instellingen zoals CJIB maar ook Incasso Bureaus en Deurwaarders en andere officiële instanties in particuliere handen; dat zij allen jou bij officiële oproepen, aanmaningen etc., dat zij jou moeten benaderen op schrift met een niet digitaal opgemaakt schrijven maar met een brief met officiële natte handtekening en de naam van de persoon achter de brief.

Een niet gesigneerde brief, zonder naam leidt tot fraude en men is verplicht dat te voorkomen.

** De tijd is gebaseerd op America/New_York tijdzone